“Voor heel wat tegenstrevers zijn wij een vervelende ploeg”

Dit seizoen maakte de Nederlander Don Tissen zijn opwachting in de Belgische competitie als coach – in combinatie met Alessandro Geleyns – van het damesteam van Mechelse. De belangrijkste opdracht volgt in het nieuwe jaar: Mechelse via de play-downs in de Eredivisie houden.

 

Als speler heeft Don Tissen een keeperscarrière bij Rijswijk en Klein-Zwitserland achter de rug. Bij die laatste club zette hij de voorbije seizoenen een straffe prestatie neer als assistent-coach van de heren. Het fiere Klein-Zwitserland, een echte traditieclub uit Den Haag, was de laatste jaren fel afgegleden. “Samen met de Argentijnse hoofdcoach Carlos Castano en mede onder impuls van ex-Oranje international Jaap-Derk Buma zijn we vier seizoenen geleden met drie aan een project begonnen om Klein-Zwitserland weer in de Hoofdklasse te brengen”, zegt Don Tissen. “Na razend spannende promotiewedstrijden tegen Hurley slaagden wij daar in 2018 – dus reeds na twee seizoenen – in.”

Een seizoen later moest Klein-Zwitserland opnieuw play-offs spelen, deze keer om in de Hoofdklasse te blijven. Dat lukte na dubbele winst tegen Hdm. Toen Castano begin dit jaar aankondigde dat hij stopte bij Klein-Zwitserland, nam Tissen in mei hetzelfde besluit. Hij zocht een nieuwe uitdaging en vond die als hoofdcoach van de vrouwen bij Mechelse.

“En als je ziet van waar we met Mechelse komen is het duidelijk dat we met een jonge kern ondertussen stappen hebben gezet”, zegt Tissen. “Het is niet altijd gemakkelijk – het kan immers niet hard genoeg gaan – maar geduld opbrengen is belangrijk. De meisjes werken hard, blijven altijd doorgaan en dát vormt de basis. Bij momenten zie je dat we zeer goed kunnen hockeyen. Dat moeten we nu verder uitbouwen.”

Tissen is bij de dames van Mechelse samen met Alessando Geleyns co-hoofdcoach. “Het is een samenwerking met een gans team, we doen het met z’n allen”, zegt Tissen. “Maar uiteindelijk dragen ik en Alessandro – hij is een echte clubman – uiteindelijk wel de verantwoordelijkheid. Aan het hoofd staan van een hockeyteam in de topreeks brengt veel werk met zich mee. Eigenlijk zouden er twee trainers vanop de bank moeten kunnen coachen.”

Twee speeldagen voor het einde van de eerste ronde viel het verdict dat het voor Mechelse vanaf einde februari naar de play-downs gaat. “Met uitzondering van Gantoise en Antwerp won geen enkel team gemakkelijk van ons”, blikt Tissen op de eerste ronde terug. “We grepen punten tegen Leuven, Braxgata, Herakles en Wellington én verloren vijf keer met slechts één doelpunt verschil. Voor heel wat teams zijn wij een vervelende ploeg om tegen te spelen.”

Tissen is zeer gedreven met hockey bezig. “Dat dubbele weekend van einde november was echt killing”, blaast hij. “Na die eerste wedstrijd slaap je slecht, want dan ben je al bezig met de volgende match.”

Feit is dat Mechelse straks via de play-downs het behoud in de Eredivisie moet verzekeren. “Alleen al voor onze jonge speelsters is het uiterst belangrijk om op het hoogste niveau te blijven hockeyen”, zegt Tissen. “Dat de play-downs een stresserende competitie worden ? Daar heb ik geen angst voor, want de laatste jaren ben ik met Klein-Zwitserland niets anders gewend. We moeten goed met de situatie omgaan en dan moet het lukken. Er zijn heel wat matchen uit de eerste ronde die ons vertrouwen gaven om die play-downs met succes door te komen.”

Opvallend: Tissen woont nog steeds in Den Haag en doet vier keer per week het traject naar Mechelen. “Corona is verschrikkelijk, maar op de baan heeft het me wel al wat tijd bespaard”, lacht hij. “Ik wil niet volledig van hockey afhankelijk zijn en werk in Den Haag ook nog voor mezelf. Die uren kan ik gelukkig zelf indelen. En ik heb het geweldig naar mijn zin bij Mechelse. Dan neem je er die tijd in de wagen met plezier bij.”

In zijn trainerscarrière werkte Tissen met heren-, dames- en jeugdteams. Is er een groot verschil in aanpak ? “Heren of dames: ik probeer elk team steeds op dezelfde manier te benaderen. Maar toegegeven: dat lukt niet altijd. Met dames moet je immers meer praten.”

Gelukkig zijn Nederlanders daar goed in.

 

Werner Thys

Leave a Reply